ECLI:NL:RBNNE:2026:1026
Rechtbank Noord-Nederland
- Uitspraak
- 24 maart 2026
- Zaaknummer
- 18/157414-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Verzoeker kwam op grond van artikel 40a Rtvi in aanmerking voor strafonderbreking. Naar aanleiding van een verdenking van een nieuw strafbaar feit is namens de minister voor Rechtsbescherming besloten om geen strafonderbreking (meer) te verlenen. Van deze nieuwe verdenking is verzoeker onherroepelijk vrijgesproken. Verzoekers vrijheid is als gevolg hiervan een langere tijd ontnomen geweest dan het geval zou geweest als tegen verzoeker niet een nieuwe verdenking zou zijn gerezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoeker hierdoor schade geleden die valt onder de reikwijdte van de regeling voor schadevergoeding voor gewezen verdachten. De rechtbank overweegt hiertoe dat analoog aan artikel 537, derde lid, Sv artikel 533 Sv een grondslag biedt voor vergoeding van schade geleden als gevolg van vrijheidsbeneming wanneer - kort gezegd - personen zonder verblijfsstatus in Nederland, voor wie de regeling van artikel 40a Rtvi in de plaats komt, schade hebben geleden.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.