ECLI:NL:RBNNE:2026:3069
Rechtbank Noord-Nederland
- Uitspraak
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- 18-191554-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht; Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Raadkamer
Inhoudsindicatie
De rechtbank in Leeuwarden verklaart het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris strekkende tot afwijzing van de inbewaringstelling gegrond. De rechter-commissaris heeft een onjuiste belangenafweging gemaakt.
Uitspraak
De ernstige bezwaren en gronden voor de voorlopige hechtenis
De ernstige bezwaren
De ernstige bezwaren blijken uit het volgende:
Politieagenten houden op 2 juli 2026 [verdachte] aan voor een verdenking van het bezit van vuurwapens en bedreiging. Deze politieagenten treffen tijdens deze aanhouding de telefoon aan van [verdachte] (pag. 16 e.v. PV VGL). Vervolgens wordt de telefoon van [verdachte] onderzocht en er worden op deze telefoon filmfragmenten aangetroffen waarin [verdachte] videobelt met naar verluidt [medeverdachte] . Op deze beelden is vermoedelijk [medeverdachte] te zien met beschermende kleding en een gasmasker in een ruimte die bestemd is voor het chemisch verwerken van blokken met daarop afgebeeld een "geel dollarteken" (pag. 16 e.v. PV VGL). Op de telefoon van [verdachte] is ook een foto aangetroffen van een zeecontainer met het nummer [nummer] (pag. 64 e.v. PV VGL). De politie heeft dit zeecontainer-nummer doorgegeven aan de havenpolitie in Rotterdam (pag. 68 e.v. PV VGL). Het HARC-team heeft vervolgens in de desbetreffende zeecontainer 375 blokken die positief zijn getest op cocaïne aangetroffen met een nettogewicht van 377, 4 kilogram. Op deze blokken cocaïne staan eenzelfde "gele dollarteken" afgebeeld als op vorenbedoelde video's die zijn aangetroffen op de telefoon van [verdachte] (pag. 70 e.v. PV VGL).
De gronden
De rechtbank zal de twaalfjaarsgrond, de grote recidivegrond en de onderzoeksgrond aan het bevel tot bewaring ten grondslag leggen. De verdediging heeft aangevoerd dat de gronden niet meer van toepassing zijn, omdat verdachte reeds in vrijheid is gesteld. De rechtbank volgt dit verweer niet, omdat naar het oordeel van de rechtbank de beoordeling van de gronden geschied naar de omstandigheden zoals die golden op het moment van de vordering tot inbewaringstelling (ex tunc). De rechtbank moet immers toetsen of de rechter-commissaris tijdens de voorgeleiding een juiste afweging heeft gemaakt van de betrokken belangen.
De twaalfjaarsgrond
Er is sprake van verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en de rechtsorde door dat feit ernstig is geschokt. Het gaat om een verdenking van de invoer van blokken cocaïne door de haven van Rotterdam met een nettogewicht van 377,4 kilogram. De illegale handel in verdovende middelen leidt tot veel maatschappelijke problemen en gaat vaak gepaard met diverse vormen van zware en georganiseerde criminaliteit. Daarnaast is het algemeen bekend dat de lichamelijke en psychische gezondheidsrisicos voor gebruikers van cocaïne groot zijn. Dit maakt dat vrijlating in deze fase van het onderzoek zal leiden tot maatschappelijk onbegrip.
De grote recidivegrond
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of
meer is gesteld en waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Verdachte is al eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor onder
andere het leiden van een crimineel samenwerkingsverband, geweldsdelicten en wapenbezit en -handel. De illegale handel in verdovende middelen gaat vaak gepaard met dit soort vormen van zware en georganiseerde criminaliteit. Het onderhavige feit is gedurende een proeftijd gepleegd, te weten de voorlopige invrijheidstelling inzake 21-003630-21 (Centrale Voorziening VI 89-000110-36).
De onderzoeksgrond
Omdat de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is voor het, anders dan door verklaringen van de verdachte, aan de dag brengen van de waarheid, zoals verwoord in het aan deze vordering ten grondslag liggende dossier. Het onderzoek is in volle gang en eventuele medeverdachten moeten worden aangehouden en verhoord. Bij invrijheidstelling dreigt collusiegevaar.
Beslissing
De rechtbank:
Verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris waarvan beroep;
verleent alsnog een bevel tot bewaring tegen de verdachte voor een termijn van veertien dagen.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 23 juli 2026 door: mr. J.G.W. Lootstma-Oude Nijeweme, voorzitter,
mr. N.A. Vlietstra en mr. O.F. brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.K. Qiu, griffier.
Deze beslissing is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
1. HR 7 oktober 1988, ECLI:NL:PHR:1988:AB9982, NJ 1989/510, r.o. 4.
2 Kamerstukken II 1992/93, 21 225, nr. 13, p. 9.
3 Zie pagina 119 PV VGL.
4 Vgl. HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1011.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.