ECLI:NL:RBOVE:2026:2675
Rechtbank Overijssel
- Uitspraak
- 21 mei 2026
- Zaaknummer
- 81.401854-24 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Verdachte en zijn mededader hebben ruim twee jaar geleden met hun handel in (beschermde) diersoorten de regels die voortvloeien uit het CITES-basisverordening en de Europese Vogelrichtlijn geschonden. Hiermee is de Omgevingswet overtreden, wat maakt dat sprake is van economische delicten. De rechtbank acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een geldboete van € 25.000,--, waarvan € 10.000,-- voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Dit betekent dat verdachte het voorwaardelijk gedeelte van de geldboete nu niet hoeft te betalen, op voorwaarde dat hij binnen drie jaren niet nogmaals een strafbaar feit pleegt. De in beslag genomen dieren waarvan de legale herkomst niet is vastgesteld, worden aan het verkeer onttrokken. De overige in beslag genomen dieren worden aan verdachte teruggegeven.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.