ECLI:NL:RBROT:2026:10876
Rechtbank Rotterdam
- Uitspraak
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10/020825-26 en 20/338968-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Vrijspraak van de heling van een vrachtauto, omdat niet met de wettelijk vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat hij op het moment waarop hij de vrachtwagen verkreeg, wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die was verkregen door een misdrijf. Ook volgt vrijspraak voor de diefstal van een trailer, omdat niet met de wettelijk vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat hij een trailer heeft weggenomen met het oogmerk om zich die trailer wederrechtelijk toe te eigenen. Veroordeling voor diefstal met braak van een andere trailer met inhoud tot een gevangenisstraf op van 204 dagen met aftrek van voorarrest. De rechtbank legt de bij eerder arrest opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf niet ten uitvoer, maar verlengt de proeftijd daarvan met één jaar. De benadeelde partijen zijn niet ontvankelijk in hun vorderingen omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het daaraan ten grondslag liggende feit.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.