Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBROT:2026:7854

Rechtbank Rotterdam

Uitspraak
24 juni 2026
Zaaknummer
71/094110-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

Uitlevering aan Turkije ter strafvervolging toelaatbaar. Standpunt dat de stukken niet genoegzaam zijn verworpen. Verweer dat sprake is van dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM waartegen geen effectief rechtsmiddel openstaat a.b.i. art. 13 EVRM verworpen. Advies aan de Minister van Justitie en Veiligheid om (1) specifiek ten aanzien van de opgeëiste persoon een onvoorwaardelijke terugkeergarantie te verlangen, (2) de garantie te verlangen dat na de beëindiging/voltooiing van deze strafzaak niet zal worden overgegaan tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde maar nog niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf en (3) de garantie te verlangen dat de opgeëiste persoon niet wordt blootgesteld aan behandeling in strijd met art. 3 EVRM. Geen advies ten aanzien van de -onvoldoende onderbouwde – gestelde dreigende schending van artt. 3 en 6 EVRM en weigeringsgrond art. 10 UW vanwege de achtergrond en politieke overtuiging van de opgeëiste persoon en de gestelde lopende strafzaak tegen de opgeëiste persoon in Nederland.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.