1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte onder feit 1 ervan dat hij een vuurwapen voorhanden heeft gehad. Hiernaast beschuldigt hij de verdachte ervan dat hij MDMA en cocaïne (feit 2) en hasjiesj aanwezig heeft gehad (feit 3).
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
1hij op of omstreeks 25 november 2025 te Rotterdam,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II, onder 4 van de Wet wapens enmunitie,te weteneen vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 1 onder 3 van die wet, dat uiterlijk geleekop een ander voorwerp dan een wapen, namelijk een schietpen van het kaliber8mm, en/ofmunitie in de zin van art. 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te wetenmunitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III,te weteneen kogelpatroon, kaliber 7,65mm en/of zes kogelpatronen, kaliber .22,voorhanden heeft gehad;
2hij op of omstreeks 25 november 2025 te Rotterdam,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 1777,5 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA en/of ongeveer 4,7 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheidvaneen materiaal bevattende cocaïne,zijnde MDMA en/of cocaïne(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3hij op of omstreeks 25 november 2025 te Rotterdam,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 50,5 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram vaneen gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementenvan hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),zijnde hasjiesjeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;