ECLI:NL:RBZWB:2026:7284
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 25-022622
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Ongegrond.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 8 september 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 13 augustus 2025 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een personenauto, merk Opel Corsa, [kenteken] (hierna: de Opel);
de schriftelijke reactie van het CVOM en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, klaagster en mr. B.W.C. van Geet als advocaat van klaagster, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar van de in beslag genomen Opel en dat het belang van Strafvordering zich niet verzet tegen de gevraagde teruggave. Klaagster beschikt sinds 24 november 2025 over een geldig Nederlands rijbewijs. Daarmee is het recidiverisico vervallen. Voortduring van het beslag schendt de financiële belangen van klaagster buiten proportioneel zonder dat daar een strafvorderlijk belang tegenover staat. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van klaagster acht zij het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak de verbeurdverklaring van de Opel zal uitspreken.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich verzet tegen de teruggave van de Opel. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later tot verbeurdverklaring van de Opel zal beslissen. Ten tijde van de staande houding van klaagster op 13 augustus 2025 wegens het rijden zonder geldig rijbewijs was klaagster - ondanks een eerdere waarschuwing dat haar auto bij een volgende keer in beslag zou worden genomen - nog steeds niet in het bezit van een geldig Nederlands rijbewijs, terwijl zij al sinds 2015 in Nederland is. Bovendien was er sprake van recidive. Dat klaagster inmiddels wel beschikt over een Nederlands rijbewijs doet daar niet aan af.
Klaagster heeft in raadkamer verklaard dat zij al sinds 2008 beschikt over een Egyptisch rijbewijs en goed kan rijden. Zij heeft haar Nederlands rijbewijs na één les in een keer gehaald en inmiddels een nieuwe auto aangeschaft. Zij is een alleenstaande moeder en heeft een auto nodig voor ziekenhuisafspraken, haar werk en haar kinderen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.