ECLI:NL:RBZWB:2026:7293
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 25-024337
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
gegrond. Geen verband met verdenking.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 26 september 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 17 september 2025 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen klager in beslag zijn genomen: een Mercedes-Benz Cla 180 met [kenteken 1] , een Renault Twingo met [kenteken 2] en een Motorboot (speed) type Piranha Micra; (hierna: de voertuigen en de boot);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn
gehoord de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. M. Broere als gemachtigd advocaat van klager.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder hem in beslag genomen voertuigen en de boot en dat er geen enkele concrete aanwijzing bestaat dat de voertuigen en de boot zijn gefinancierd met wederrechtelijk verkregen voordeel of anderszins verband houden met de in het onderzoek vermoedelijk aangetroffen hennepkwekerij. Klager heeft de voertuigen en de boot uit legale middelen en al in 2022 aangeschaft. Enig strafvorderlijk belang bij voortduring van het beslag ontbreekt. Klager heeft belang bij een spoedige teruggave van de voertuigen en de boot, nu hij onvoldoende andere vervoersmogelijkheden heeft en hij in ieder geval zijn voertuigen nodig heeft om naar zijn werk te gaan en voor dagelijks gebruik. Daarnaast vertegenwoordigen de voertuigen en de boot een grote financiële- en emotionele waarde voor klager.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teuggave van de voertuigen en de boot aan klager. Er zijn aanwijzingen voor meerdere oogsten en het onderzoek daarna loopt nog. Er ligt nog geen conservatoir beslag, maar het beslag is ook bedoeld om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. De voertuigen en de boot kunnen daarom bij deze stand van zaken niet aan klager worden teruggegeven. Het klaagschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.