ECLI:NL:RBZWB:2026:8015
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- 25-028967
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Ongegrond. Klager is geen rechthebbende
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 10 november 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 4 december 2024 onder [klaagster] in beslag is genomen: een geldbedrag van € 39.265,00 (hierna: het geldbedrag);
de beslissing van deze rechtbank op het klaagschrift met raadkamernummer 24-030660 van 8 april 2025;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 31 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers, klaagster en mr. R.I. Kool als raadsman van klaagster, gehoord.
De belanghebbende [klaagster] is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster de enige eigenaresse is van het in beslag genomen geldbedrag. Zij heeft direct een verklaring over de herkomst van het geld gegeven en heeft er ook alles aan gedaan om aan te tonen dat het geld aan haar toebehoort. De rechtbank heeft bij beslissing van 8 april 2025 een reeds eerder ingediend verzoek om teruggave van het geld ongegrond verklaard en daarbij overwogen dat de verklaring van klaagster over de herkomst van het bedrag onvoldoende verifieerbaar was. Na deze beslissing hebben zich nieuwe omstandigheden voorgedaan die maken dat het klaagschrift nu wel gegrond dient te worden verklaard. Op 22 oktober 2025 is namelijk de strafzaak tegen klaagster, waarbij zij werd verdacht van witwassen, geseponeerd. Het Openbaar Ministerie heeft dus kennelijk geoordeeld dat klaagster inmiddels voldoende verifieerbaar de herkomst van het inbeslaggenomen geldbedrag heeft aangetoond. Het Openbaar Ministerie heeft daar echter niets tegenovergesteld, in die zin dat zij tot op heden nog op geen enkele wijze een begin van aannemelijkheid heeft gemaakt dat het in beslag genomen geldbedrag aan de zoon van klaagster toebehoort. Er ligt een verdenking (concept tenlastelegging) van handel in en het aanwezig hebben van harddrugs en witwassen tegen hem, maar hij is nog niet gedagvaard. De aangetroffen relatief grote coupures passen ook niet echt bij handel in verdovende middelen. Bovendien heeft de zoon verklaard dat het geld aan zijn moeder toebehoort. Dit maakt dat de verdenking onvoldoende concreet is gemaakt en er daarom onvoldoende grond bestaat voor voortduring van het beslag. De raadsman heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 november 2023.Het is dan ook hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter later de verbeurdverklaring van het geldbedrag zal uitspreken.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond verklaard moet worden. Het enkele gegeven dat de strafzaak tegen klaagster inmiddels is geseponeerd brengt in onvoldoende mate verandering in de verdenking van witwassen en rechtvaardigt geenszins de conclusie dat daarmee in voldoende mate de legale herkomst van het in beslag genomen geldbedrag is aangetoond. Voor zover is betoogd dat het geld afkomstig is van de Belastingdienst, is dit verband niet onweerlegbaar aangetoond. Dat de zoon van klaagster heeft gezegd dat het geldbedrag aan zijn moeder toebehoort, is niet een verklaring die direct voor waarheid kan worden aangenomen. Voorts roepen de omstandigheden waaronder het geld is aangetroffen, zoals beschreven in het proces-verbaal van bevindingen op pagina 56, vragen op en maken niet direct dat er sprake is van een legale herkomst. Daar komt bij dat klaagster drie verschillende verklaringen over de herkomst van het geld heeft afgelegd. Zo zou het geld afkomstig zijn van de Belastingdienst, dan weer van de verkoop van een huis in Marokko, dan weer van een restaurant in Antwerpen, dan wel zijn verkregen door altijd hard te hebben gewerkt.
Klaagster heeft in raadkamer aangevoerd dat het geldbedrag aan haar toebehoort. Zij heeft altijd hard gewerkt en dit geld eerlijk verdiend. Als alleenstaande moeder heeft klaagster het geldbedrag hard nodig. Zij heeft het als gevolg van de toeslagaffaire heel erg zwaar gehad. Klaagster heeft uiteindelijk al het geld van de Belastingdienst teruggekregen, maar omdat er eerder beslag was gelegd op haar salaris, heeft zij het vertrouwen in de overheid verloren. Om die reden heeft zij geld contant opgenomen en thuis in een blauw geldkistje bewaard. Dit kistje heeft klaagster onderin een kledingkast op de overloop bewaard. In die kast lag kleding die de kinderen niet meer droegen en onderin lagen ook schoonmaakspullen. Een bedrag van ongeveer € 7.000,00 had klaagster vanwege privé omstandigheden in de zak van haar dikke jas gedaan die over de bureaustoel in de kamer van haar zoon hing. Klaagster kan zich het merk van de jas niet meer herinneren. De raadsman vult aan dat het ging om een jas van het merk Montcler. Zij had deze jas die dag niet meegenomen naar haar werk. De in het geldkistje aangetroffen drugs waren niet van klaagster. Op de dag van de doorzoeking werd zij gebeld op haar werk, waarna zij snel naar huis is gereden. Eenmaal in de woning zag zij het zakje met drugs liggen. Zij wilde het zakje verstoppen, om het er op een later moment met haar zoon en zijn vader over te hebben. Daarom heeft zij het zakje met drugs vervolgens in het geldkistje gedaan, want zij wil niets met drugs te maken hebben.
Wanneer de rechter aan klaagster vraagt dat zij dus die dag de sleutel had om het kistje te openen, verklaart zij dat zij het zakje met drugs niet op de dag van de doorzoeking had gevonden, maar al eerder had zien liggen. Nadat zij was gebeld op haar werk dat haar woning werd doorzocht, kwam zij thuis en toen was alles en iedereen al weg. Haar zoon was meegenomen en ook de agenten waren allemaal weg.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.