ECLI:NL:RBZWB:2026:8235
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 maart 2026
- Zaaknummer
- 25-030610
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
verzoeker niet-ontvankelijk. Ttz zaken gevoegd. Eén zaak. Deels veroordeeld.
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 25 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 1.111,69, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 42,45, voor vergoeding van reiskosten;
€ 22,50, voor vergoeding van parkeerkosten;
€ 1.192,31, voor vergoeding wegens gederfde inkomsten van de ouders van verzoeker;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de aantekening van het mondelinge vonnis van de kinderrechter van 6 oktober 2025 waarbij verzoeker is veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur subsidiair 10 dagen jeugddetentie en van de overige feiten is vrijgesproken, dan wel ontslagen van alle rechtsvervolging;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 24 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. D. Marcus als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen. De advocaat van verzoeker heeft in raadkamer in aanvulling op het verzoekschrift aangevoerd dat er weliswaar sprake is van twee gevoegde zaken, maar de voeging heeft pas de voorlaatste zitting plaatsgevonden. De openlijke geweldszaak heeft eerder afzonderlijk op een zitting gestaan. Verzoeker is vrijgesproken van de openlijke geweldpleging. De advocaat heeft de zaken in dit verzoekschrift los gekoppeld. De declaratie ziet dus enkel op de openlijke geweldszaak. Voor die zaak is een tweede verhoor gelast, hetgeen niet gebruikelijk is en waarvoor geen vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand is toegekend. Verzoeker heeft deze nota zelf moeten betalen. Ten aanzien van de parkeerkosten stelt de advocaat dat zij deze kosten niet kan onderbouwen, anders dan dat de ouders van verzoeker (verplicht) bij de zitting van hun minderjarige zoon aanwezig zijn geweest. De reiskosten zijn gemaakt ten behoeve van het tweede verhoor van verzoeker en zien specifiek op de openlijke geweldpleging. De vader van verzoeker werkt fulltime en heeft uren vrij moeten nemen voor het bijwonen van de verhoren en de zitting. Ook die uren zien enkel op de openlijke geweldpleging. Dat geldt ook voor de moeder van verzoeker. Zij werkt parttime en heeft vrij moeten nemen om bij de zitting van haar minderjarige zoon aanwezig te kunnen zijn. Verzoeker handhaaft het verzoek zoals is ingediend.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie ten aanzien van de verzochte vergoeding van de reis- en parkeerkosten (verzoeker niet-ontvankelijk) en het tijdsverzuim (afwijzen). In de nadere toelichting van de advocaat in raadkamer ziet de officier van justitie aanleiding om - ondanks de voeging van zaken waarbij verzoeker voor één van de drie feiten is veroordeeld - een deel van de verzochte vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand toe te wijzen. Nu het de officier van justitie op basis van de urenstaat onvoldoende duidelijk is of deze uren slechts zien op de openlijke geweldszaak of ook samenhangen met de andere feiten acht hij toekenning van drie uren redelijk.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.