Indien ten aanzien van een partij, met toepassing van het derde lid van artikel 191, het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, beslist de rechter met overeenkomstige toepassing van artikel 244, tweede lid, welk deel van dit bedrag elk der partijen dient te dragen en veroordeelt hen dienovereenkomstig tot voldoening aan de griffier.
Boek Eerste › titel Tweede › afdeling Dertiende › § 1
Artikel 248
Artikel 248
Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025