Het bedrag, uitgetrokken voor een voorwaardelijk opgenomen vordering of een voorwaardelijk erkende voorrang, wordt, zodra blijkt dat de schuldeiser niets of minder te vorderen heeft dan wel geen of een lagere voorrang heeft, overeenkomstig de opgemaakte staat onder de schuldeisers verdeeld.
Boek Tweede › titel Tweede › afdeling Derde
Artikel 490a
Artikel 490a
Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1991