De betrokkene wordt geacht, het noodige fonds in handen te hebben, indien hij bij het vervallen van den wisselbrief of op het tijdstip, waarop ingevolge het derde lid van artikel 142 de houder regres kan nemen, aan den trekker of aan dengene voor wiens rekening is getrokken, eene opeischbare som schuldig is, ten minste gelijkstaande met het beloop van den wisselbrief.
Boek Eerste › titel Zesde › afdeeling Eerste
Artikel 109c
Artikel 109c
Onderdeel van Wetboek van Koophandel· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1934