**1.** Het aval wordt op den wisselbrief of op een verlengstuk gesteld.
**2.** Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval" of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.
**3.** De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van den wisselbrief, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den betrokkene of van den trekker.
**4.** Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.
**5.** In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.
Boek Eerste › titel Zesde › afdeeling Vierde
Artikel 130
Artikel 130
Onderdeel van Wetboek van Koophandel· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1934