De betrokkene wordt geacht, het noodige fonds in handen te hebben, indien hij bij de aanbieding van de chèque aan den trekker of aan dengene voor wiens rekening is getrokken, een opeischbare som schuldig is, ten minste gelijkstaande met het beloop van de chèque.
Boek Eerste › titel Zevende › afdeeling Eerste
Artikel 190b
Artikel 190b
Onderdeel van Wetboek van Koophandel· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1934