De leden van de Staten-Generaal, de ministers, de staatssecretarissen en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging, kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal of van commissies daaruit hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 71
Artikel 71
Onderdeel van Grondwet· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 21 december 2018