**1.** De bewindvoerder kan persoonsgegevens verwerken voor zover dit bij of krachtens de wet noodzakelijk is voor de volgende onderdelen, bedoeld in artikel 316:
het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien;
het beheer en de vereffening van de boedel.
**2.** Onder noodzakelijk voor de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken wordt in ieder geval begrepen gegevenswerking in het kader van:
de opzegging van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 40;
de indiening van schuldvorderingen en het opmaken en ter griffie neerleggen van de lijsten, bedoeld in de artikelen 110, 112 en 114;
het uitbrengen en ter griffie neerleggen van een verslag, bedoeld in de artikelen 137 en 318;
de last, bedoeld in artikel 287;
het verzoek het bedrag gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, te verhogen, bedoeld in artikel 295;
het voeren van een afzonderlijke administratie, bedoeld in artikel 310;
de bewaring van de boedel en het onder zich nemen van de bescheiden en andere gegevensdragers en overige stukken, bedoeld in artikel 323;
het opmaken en ter griffie neerleggen van de boedelbeschrijving en de staat, bedoeld in de artikelen 94, 96, 324 en 325;
de vereffening en tegeldemaking van de tot de boedel behorende goederen, bedoeld in artikel 347;
het opmaken en ter griffie neerleggen van de uitdelingslijst, bedoeld in de artikelen 183 en 349;
het verzoek, bedoeld in artikel 350;
het opmaken van de slotuitdelingslijst, bedoeld in artikel 356; of
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen handelingen of taken.
**3.** Gelet op de artikelen 9, tweede lid, onder f en g, en 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming kan de bewindvoerder, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de in het eerste lid genoemde taken, verwerken:
bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het verwerken betrekking heeft op de in het tweede lid, onder c, d, g en k, genoemde gespecificeerde taken of de overdracht van de gegevens, genoemd in het tweede lid, onder g, voor zover dat in het kader van een dringend maatschappelijk belang is vereist;
persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het verwerken betrekking heeft op de in het tweede lid, onder c, d, g en k, genoemde gespecificeerde taken;
nummers die dienen ter identificatie van personen die bij wet zijn voorgeschreven op grond van artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het verwerken betrekking heeft op de in het tweede lid, onder d en g, genoemde gespecificeerde taken.
Titel III › afdeling Derde
Artikel 316a
Artikel 316a
Onderdeel van Faillissementswet· Insolventierecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2026