**1.** De voorzitter ondervraagt de verdachte.
**2.** Is er meer dan één verdachte, dan bepaalt de voorzitter in welke volgorde de verdachten worden ondervraagd.
**3.** De voorzitter kan bepalen dat de verdachte buiten tegenwoordigheid van een of meer medeverdachten of getuigen zal worden ondervraagd.
**4.** Gedurende de verdere loop van het onderzoek kunnen aan de verdachte door de voorzitter, de rechters, de officier van justitie, de raadsman en de medeverdachte vragen worden gesteld.
**5.** Artikel 293 is van overeenkomstige toepassing.
**6.** Bij het verhoor van de verdachte wordt zo veel mogelijk onderzocht, of zijn verklaring op eigen wetenschap berust.
Boek Tweede › Titel VI › afdeling Eerste
Artikel 286
Artikel 286
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering· Procesrecht
In werking sinds 1 februari 1998