Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 24

Artikel 24

Onderdeel van Wet op de loonbelasting 1964· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2006

Voor de toepassing van de artikelen 21 tot en met 22d ter bepaling van de hoogte van de heffingskorting is beslissend de toestand op het tijdstip waarop de belasting moet worden ingehouden, met dien verstande dat voor de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting beslissend is de toestand aan het einde van de kalendermaand waarin de belasting moet worden ingehouden.

Rechtspraak bij dit artikel