**1.** Iedere voogd kan zich van zijn bediening doen ontslaan, indien:
hij aantoont dat hij ten gevolge van een sedert de aanvang van zijn bediening opgekomen geestelijk of lichamelijk gebrek niet meer in staat is deze waar te nemen;
hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
**2.** Bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij is het eerste lid slechts van toepassing indien beide voogden zich van hun bediening willen doen ontslaan.
Boek 1 › Titel 14 › Afdeling 6 › § 5
Artikel 322
Artikel 322
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 1· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025