De rechtbank kan de voogdij van een natuurlijk persoon beëindigen indien:
een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de voogd niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
de voogd het gezag misbruikt , of
niet beschikt over de ingevolge artikel 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie vereiste beginseltoestemming.
Boek 1 › Titel 14 › Afdeling 6 › § 8
Artikel 327
Artikel 327
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 1· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015