**1.** In geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij worden de bevoegdheden die de voogd ingevolge de paragrafen 10 en 11 heeft, gezamenlijk door de voogden uitgeoefend, met dien verstande dat de bevoegdheden ook aan een voogd alleen toekomen tenzij van bezwaren van de andere voogd is gebleken.
**2.** De in bedoelde paragrafen genoemde verplichtingen rusten op ieder van de voogden.
Boek 1 › Titel 14 › Afdeling 6 › § 10
Artikel 337a
Artikel 337a
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 1· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 17 februari 1999