**1.** Bij de uiterste wil kunnen de bevoegdheden en verplichtingen van de bewindvoerder nader worden geregeld; zij kunnen daarbij ruimer of beperkter worden vastgesteld dan uit de voorgaande bepalingen van deze afdeling voortvloeit.
**2.** De kantonrechter kan op verzoek van de bewindvoerder, de rechthebbende of een persoon in wiens belang het bewind uitsluitend of mede is ingesteld, de regels omtrent het voeren van het bewind wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. De kantonrechter kan het verzoek toewijzen onder door hem te stellen voorwaarden.
Boek 4 › Titel 5 › Afdeling 7 › Paragraaf 3
Artikel 171
Artikel 171
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 4· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003