Op degene die de geldigheid van een in bewaring gegeven uiterste wil bestrijdt op grond dat de erflater de wil niet eigenhandig heeft ondertekend of geschreven of de bladzijden waaruit de wil bestaat niet eigenhandig heeft gewaarmerkt, rust de bewijslast daarvan.
Boek 4 › Titel 4 › Afdeling 4
Artikel 96
Artikel 96
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 4· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003