**1.** Indien het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon overgaat, houdt hij door het van kracht worden van de splitsing op te bestaan.
**2.** Lid 1 geldt niet, indien ten minste een verkrijgende rechtspersoon een bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschap is en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt.
Boek 2 › Titel 7 › Afdeling 4
Artikel 334c
Artikel 334c
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 2· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1998