**1.** De militair ingedeeld bij de Koninklijke marine die gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof:
in het tijdvak van 1 juni tot 15 september: een aaneengesloten zomerverlof, omvattende 120 uren;
in het tijdvak van 1 december van het lopende kalenderjaar tot 1 februari van het daarop volgende jaar: een aaneengesloten winterverlof, omvattende 80 uren;
In het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december op een tijdstip naar eigen keuze: 32 uren, zoveel mogelijk op te nemen in aaneengesloten perioden van ten minste 4 uren.
**2.** Het hoofd defensieonderdeel kan voor bijzondere gevallen van het eerste lid afwijkende vakantieverloftijdstippen vaststellen.
**3.** De commandant kan een militair in bijzondere gevallen toestaan:
het hem toekomende zomer- of winterverlof op te nemen buiten de tijdvakken, genoemd in het eerste lid, onder a en b, of
die verloven aaneengesloten op te nemen.
Hoofdstuk 8 › § 2
Artikel 68
Aanspraak op vakantieverlof over een vol kalenderjaar
Onderdeel van Algemeen militair ambtenarenreglement· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2008