Naar hoofdinhoud

Titel IV › Afdeling 4

Artikel 113

Bekostiging scholen

Onderdeel van Wet op de expertisecentra· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022

1. De bekostiging van een school is bestemd voor kosten voor personeel en exploitatie van die school. 2. De bekostiging wordt in ieder geval verstrekt voor de kosten van: de salarissen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen voor het personeel; de bijdragen voor het pensioen voor het personeel en dat van de nagelaten betrekkingen; de schoolbegeleiding de vervanging van het personeel, werkloosheidsuitkeringen van het personeel en uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de Ziektewet; het onderhoud van het gebouw en het terrein; het energie- en waterverbruik; de middelen; de administratie, het beheer en het bestuur; de loopbaanoriëntatie en -begeleiding; de schoonmaak van het gebouw en het terrein; en de publiekrechtelijke heffingen, met uitzondering van belastingen ter zake van onroerende zaken. 3. Het bevoegd gezag wendt de bekostiging aan voor de kosten, bedoeld in het tweede lid. 4. Het bevoegd gezag kan de bekostiging ook aanwenden voor de kosten, bedoeld in het tweede lid, van: een centrale dienst of een andere school; een centrale dienst, een samenwerkingsverband of een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of een centrale dienst, een samenwerkingsverband of een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020. 5. Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd. 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid. 7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het door het bevoegd gezag uitzetten van gelden, het aangaan van geldleningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële producten.

Rechtspraak bij dit artikel