Naar hoofdinhoud

Titel II › Afdeling 1 › § 1

Artikel 13

Inhoud s.o.

Onderdeel van Wet op de expertisecentra· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2026

1. Het speciaal onderwijs is, onverminderd het bepaalde in artikel 15, op doelgerichte en samenhangende wijze gericht op het realiseren van de kerndoelen. 2. Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van artikel 11, eerste tot en met vierde lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen. Deze kerndoelen kunnen voor de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, verschillen. 3. De kerndoelen hebben betrekking op lezen, schrijven en rekenen. 4. Het speciaal onderwijs omvat verder: Nederlandse taal; rekenen en wiskunde; dit onderdeel is nog niet in werking getreden; dit onderdeel is nog niet in werking getreden; Engelse taal; geschiedenis en staatsinrichting; geestelijke stromingen; sociale redzaamheid, gezond gedrag en gedrag in het verkeer; aardrijkskunde; biologie; natuur; techniek; muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film; lichamelijke oefening; en algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming. 5. Voor de onderwerpen genoemd in het vierde lid worden eveneens kerndoelen vastgesteld. 6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen onderwijssoorten als bedoeld in artikel twee, tweede lid, worden aangewezen waarvoor kerndoelen worden vastgesteld die betrekking hebben op Nederlandse Gebarentaal. Voor de aangewezen onderwijssoorten is het onderwijs mede gericht op het realiseren van deze kerndoelen. 7. In afwijking van het derde en vijfde lid hebben de kerndoelen voor speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen voor wie het zeer moeilijk lerend zijn een van de handicaps is betrekking op: algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming; en de leergebieden, genoemd in artikel 14c, vijfde lid. 8. Het onderwijs in lichamelijke oefening wordt gespreid verzorgd over alle schooljaren en beslaat in een schooljaar gemiddeld ten minste 1,5 uur per schoolweek. 9. Op de scholen in de provincie Fryslân kan het speciaal onderwijs mede onderwijs in de Friese taal omvatten. 10. Ten aanzien van de onderwijsactiviteit, bedoeld in het zesde lid, stellen provinciale staten van Fryslân in afwijking van het tweede lid bij verordening kerndoelen Friese taal vast, die voor de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kunnen verschillen. De vaststelling geschiedt niet eerder dan nadat gedeputeerde staten overleg hebben gevoerd met het Friese speciaal onderwijs. De verordening behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister voornemens is goedkeuring te onthouden, verzoekt hij de Onderwijsraad een advies uit te brengen. Het verzoek bevat een omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies wordt binnen zes weken uitgebracht aan Onze Minister en wordt bekend gemaakt. Onze Minister informeert beide Kamers der Staten-Generaal over zijn voornemen om al dan niet goed te keuren. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van overeenkomstige toepassing. 11. Onze Minister kan goedkeuring als bedoeld in het tiende lid in ieder geval onthouden indien aan de volgende voorwaarden, waarvoor gedeputeerde staten gegevens aandragen, niet wordt voldaan: het bestaan van voldoende draagvlak in het Friese speciaal onderwijs voor de voorgelegde kerndoelen Friese taal; dat de kerndoelen Friese taal niet meer inspanningen vergen van het Friese speciaal onderwijs dan het aandeel van het onderwijs in de Friese taal binnen het totaal aan onderwijsactiviteiten rechtvaardigt. 12. Onze Minister kan goedkeuring als bedoeld in het tiende lid in ieder geval onthouden indien de kerndoelen Friese taal geen aandacht schenken aan: het zich mondeling uitdrukken in het Fries en het verstaan van de Fries gesproken taal, het zich schriftelijk uitdrukken in het Fries en het verwerven van informatie uit in het Fries gestelde teksten, bevordering van het begrip van de Friese taal, en het ontwikkelen van een positieve houding ten aanzien van het gebruik van het Fries. 13. Het bevoegd gezag hanteert de kerndoelen bij haar onderwijsactiviteiten als aan het einde van het onderwijs te bereiken doelstellingen. Indien de eerste volzin niet kan worden toegepast voor een leerling, wordt in het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 41a, aangegeven wat daarvan de reden is en welke vervangende onderwijsdoelen worden gehanteerd. 14. Indien een bevoegd gezag van een bijzondere school dringend bedenkingen heeft tegen de krachtens het tweede, zesde of tiende lid vastgestelde kerndoelen, kan het bevoegd gezag eigen kerndoelen voor de school vaststellen. Deze kerndoelen zijn van gelijk niveau als de krachtens het tweede, zesde of tiende lid vastgestelde kerndoelen. Het bevoegd gezag zendt de vastgestelde kerndoelen aan de inspecteur. 15. Bij de verzorging van het onderwijs op basis van de kerndoelen voor Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, neemt het bevoegd gezag, met inachtneming van artikel 11, eerste lid, de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, als uitgangspunt. 16. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel