De artikelen 22, 24 en 25 zijn van overeenkomstige toepassing op een buitenlands schip dat zich in een Nederlandse haven bevindt, met dien verstande, dat van de aanhouding en de opheffing daarvan tevens de consul of de diplomatieke vertegenwoordiger en, bij diens afwezigheid, de regering van de Staat waarvan het schip de vlag voert, onverwijld op de hoogte wordt gesteld.
Hoofdstuk IV › § 2
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Wet voorkoming verontreiniging door schepen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 15 april 1986