De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt.
Hoofdstuk IV
Artikel 50
Artikel 50
Onderdeel van Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010