De hulpverlening door binnenschepen en de hulp aan binnenschepen, aan zich aan boord daarvan bevindende zaken of aan van een binnenschip afkomstige in bevaarbaar water of welk ander water dan ook driftige, aangespoelde of gezonken zaken worden geregeld door afdeling 2 van titel 6, met dien verstande dat hetgeen in die afdeling voor de reder is bepaald, wanneer het een binnenschip betreft, geldt voor de eigenaar daarvan en hetgeen voor de kapitein is bepaald, wanneer het een binnenschip betreft, geldt voor de schipper daarvan.
Boek 8 › Hoofdstuk III › Titel 11 › Afdeling 2
Artikel 1010
Artikel 1010
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 8· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 10 december 1998