Naar hoofdinhoud

Boek 8 › Hoofdstuk V › Titel 15 › Afdeling 1

Artikel 1304

Artikel 1304

Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 8· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1996

1. De teboekstelling wordt slechts doorgehaald op verzoek van degene die in de openbare registers als eigenaar vermeld staat; op aangifte van de eigenaar of ambtshalve als het luchtvaartuig heeft opgehouden als zodanig te bestaan; als van het luchtvaartuig gedurende twee maanden na het laatste vertrek geen tijding is ontvangen, zonder dat dit aan een algemene storing in de berichtgeving kan worden geweten; als het luchtvaartuig niet of niet meer de hoedanigheid van Nederlands luchtvaartuig heeft; als het luchtvaartuig, na een executie in een Verdragsstaat buiten Nederland, welke plaatsvond overeenkomstig het Verdrag van Genève, in een verdragsregister teboekstaat. 2. In de in het eerste lid, onder b, genoemde gevallen is de eigenaar van het luchtvaartuig tot het doen van aangifte verplicht binnen drie maanden nadat de reden tot doorhaling zich heeft voorgedaan. 3. Wanneer ten aanzien van het luchtvaartuig inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden bestaan, geschiedt, behalve in het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, onder 4°, doorhaling slechts wanneer geen dezer derden zich daartegen verzet. 4. Doorhaling geschiedt slechts na op verzoek van de meest gerede partij verleende machtiging van de rechter.

Rechtspraak bij dit artikel