**1.** De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de uitslag tot verbruik.
**2.** Onder het tijdstip van de uitslag tot verbruik wordt verstaan:
in de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde situatie: het tijdstip van de aanvang van het voorhanden of in opslag hebben;
bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel c: het tijdstip van de productie of verwerking;
in de in artikel 2a, tweede lid, onderdeel b, bedoelde situatie: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geregistreerde geadresseerde;
in de in artikel 2a, tweede lid, onderdeel c, bedoelde situatie: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geadresseerde;
in de in artikel 2a, vijfde lid, bedoelde situaties: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen op de plaats van rechtstreekse aflevering.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt de accijns verschuldigd:
bij toepassing van artikel 2, vierde lid: op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden of in opslag hebben of het gebruik van de minerale oliën;
bij toepassing van artikel 2c: op het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 2c bedoelde onregelmatigheid;
bij toepassing van artikel 2d, derde lid: op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben van de accijnsgoederen in Nederland;
bij toepassing van artikel 2d, vierde lid: op het tijdstip van de verkrijging van de minerale oliën in Nederland;
bij toepassing van artikel 2e, eerste lid: op het tijdstip dat de accijnsgoederen in ontvangst zijn genomen door de gecertificeerde geadresseerde in Nederland;
bij toepassing van artikel 2f, eerste lid: op het tijdstip van de levering van de accijnsgoederen;
bij toepassing van artikel 4: op het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 4 bedoelde onregelmatigheid.
Hoofdstuk III › Afdeling 3
Artikel 52
Artikel 52
Onderdeel van Wet op de accijns· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 13 februari 2023