Dient een muur, hek, heg of greppel, dan wel een niet bevaarbaar stromend water, een sloot, gracht of dergelijke watergang als afscheiding van twee erven, dan wordt het midden van deze afscheiding vermoed de grens tussen deze erven te zijn. Dit vermoeden geldt niet, indien een muur slechts aan één zijde een gebouw of werk steunt.
Boek 5 › Titel 3
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 5· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992