Wanneer het voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een onroerende zaak noodzakelijk is van een andere onroerende zaak tijdelijk gebruik te maken, is de eigenaar van deze zaak gehouden dit na behoorlijke kennisgeving en tegen schadeloosstelling toe te staan, tenzij er voor deze eigenaar gewichtige redenen bestaan dit gebruik te weigeren of tot een later tijdstip te doen uitstellen.
Boek 5 › Titel 4
Artikel 56
Artikel 56
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 5· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992