Onder landbouw wordt verstaan, steeds voorzover bedrijfsmatig uitgeoefend: akkerbouw; weidebouw; veehouderij; pluimveehouderij; tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen; de teelt van griendhout en riet; elke andere tak van bodemcultuur, met uitzondering van de bosbouw.
Boek 7 › Titel 5 › Afdeling 1
Artikel 312
Artikel 312
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 7· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2007