**1.** De vastgestelde vorm van loon mag niet anders zijn dan:
geld;
indien die vorm van loon gewoonte is of wenselijk is wegens de aard van de onderneming van de werkgever: zaken, geschikt voor het persoonlijk gebruik van de werknemer en zijn huisgenoten, met uitzondering van alcoholhoudende drank en andere voor de gezondheid schadelijke genotmiddelen;
het gebruik van een woning, alsmede verlichting en verwarming daarvan;
diensten, voorzieningen en werkzaamheden door of voor rekening van de werkgever te verrichten, onderricht, kost en inwoning daaronder begrepen;
effecten, vorderingen, andere aanspraken en bewijsstukken daarvan en bonnen.
**2.** Aan de in lid 1 onder b, c en d bedoelde zaken, diensten en voorzieningen mag geen hogere waarde worden toegekend dan die welke met de werkelijke waarde daarvan overeenkomt.
Boek 7 › Titel 10 › Afdeling 2
Artikel 617
Artikel 617
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 7· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 1997