Wanneer iemand een goed voor een ander houdt en dit door een derde als rechthebbende van hem wordt opgeëist, vindt hetgeen in de voorgaande vier artikelen omtrent de bezitter is bepaald, te zijnen aanzien toepassing met inachtneming van de rechtsverhouding waarin hij tot die ander stond.
Boek 3 › Titel 5
Artikel 124
Artikel 124
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 3· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992