Indien degene die uit hoofde van een pandrecht een zaak onder zich heeft, in ernstige mate in de zorg voor de zaak tekortschiet, kan de rechtbank op vordering van de pandgever of een pandhouder bevelen dat de zaak aan een van hen wordt afgegeven of in gerechtelijke bewaring van een derde wordt gesteld.
Boek 3 › Titel 9 › Afdeling 2
Artikel 257
Artikel 257
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 3· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992