**1.** In afwijking van de artikelen 10, tweede lid, en 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden de in een tijdvak verschuldigd geworden belasting voldaan en de daarop betrekking hebbende aangifte gedaan binnen een door de inspecteur gestelde termijn van ten minste drie maanden na het einde van het tijdvak.
**2.** Bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 19, tweede lid onderdeel a, van de algemene wet inzake rijksbelastingen wordt bepaald dat voor de CO2-heffing glastuinbouw het eerste tijdvak dat aanvangt op 1 januari 2025 de kalenderjaren 2025 en 2026 beslaat. Voor dat tijdvak wordt in artikel 30h, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de algemene wet inzake rijksbelastingen in plaats van «kalenderjaar of boekjaar» telkens gelezen «tijdvak».
Hoofdstuk VIC › Afdeling 4
Artikel 71z
Artikel 71z
Onderdeel van Wet belastingen op milieugrondslag· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025