De regels, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, kunnen onder meer betrekking hebben op:
eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van vervoermiddelen, waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd;
keuring van vervoermiddelen als bedoeld in onderdeel a;
aanduidingen die de vervoermiddelen bij het vervoeren van daartoe bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevaarlijke stoffen, zowel in beladen als in lege, ongereinigde toestand, dienen te voeren;
het verwijderen of bedekken van aanduidingen als bedoeld in onderdeel c, na het lossen en reinigen of ontgassen van het vervoermiddel;
reinigen van vervoermiddelen waarmee gevaarlijke stoffen zijn vervoerd;
onderzoek van gevaarlijke stoffen naar hun eigenschappen;
eisen ten aanzien van de verpakking van gevaarlijke stoffen, met inbegrip van de daarbij behorende inrichting of uitrusting, en het testen of keuren daarvan;
aanduidingen of aanwijzingen op de verpakking, bedoeld in onderdeel g;
deskundigheid van personen die handelingen met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verrichten, afgifte van vakbekwaamheidscertificaten en erkenning van vakbekwaamheidscertificaten afgegeven in andere landen;
vervoeren van gevaarlijke stoffen onder bepaalde meteorologische omstandigheden;
vervoeren van gevaarlijke stoffen door tunnels;
eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen worden geladen of gelost;
keuring van de inrichtingen of werktuigen, bedoeld in onderdeel l;
melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Hoofdstuk II
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Wet vervoer gevaarlijke stoffen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1996