**1.** De Minister ondertekent de stukken gericht aan:
de Koning;
de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal;
de Ministerraad of daaruit gevormde vaste colleges;
de Raad van State;
de Algemene Rekenkamer.
**2.** Ten aanzien van de in het eerste lid, onder d en e, genoemde colleges geldt het in de aanhef van het eerste lid gestelde niet voor zover het gaat om bestuursrechtelijke procedures onderscheidenlijk stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.
**3.** Voorts worden de volgende stukken door de Minister ondertekend:
stukken, inhoudende vaststelling van algemeen verbindende voorschriften;
stukken, inhoudende een aankondiging van uitbreiding van de rijksbemoeienis op het terrein van volksgezondheid, welzijn of sport of een aankondiging van wijzigingen van het beleid;
besluiten op een beroepschrift;
besluiten, inhoudende de vernietiging van of de onthouding van de goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan;
stukken, inhoudende aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift;
stukken, inhoudende een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit taakuitoefening IGJ aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Minister
Onderdeel van Mandaatregeling VWS· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2018