Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3a › § 3

Artikel 12j

Weigeringsgronden voorlopige toelating

Onderdeel van Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2027

1. Onze Minister weigert een voorlopige toelating te verlenen indien de aanvrager: niet staat ingeschreven in het handelsregister; niet voldoet aan artikelen 12o, eerste lid, en 12p, eerste lid; of in de twaalf maanden voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag al of niet overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet arbeidskrachten ter beschikking heeft gesteld. 2. De verlening van een voorlopige toelating kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, door Onze Minister om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd. 3. De verlening van een voorlopige toelating kan worden geweigerd indien de aanvrager onherroepelijk is veroordeeld voor arbeidsmarktdiscriminatie of is veroordeeld op grond van artikel 429quater van het Wetboek van Strafrecht. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de weigering van de verlening van een voorlopige toelating.

Rechtspraak bij dit artikel