**1.** Onze Minister weigert een voorlopige toelating te verlenen indien de aanvrager:
niet staat ingeschreven in het handelsregister;
niet voldoet aan artikelen 12o, eerste lid, en 12p, eerste lid; of
in de twaalf maanden voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag al of niet overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet arbeidskrachten ter beschikking heeft gesteld.
**2.** De verlening van een voorlopige toelating kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, door Onze Minister om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
**3.** De verlening van een voorlopige toelating kan worden geweigerd indien de aanvrager onherroepelijk is veroordeeld voor arbeidsmarktdiscriminatie of is veroordeeld op grond van artikel 429quater van het Wetboek van Strafrecht.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de weigering van de verlening van een voorlopige toelating.
Hoofdstuk 3a › § 3
Artikel 12j
Weigeringsgronden voorlopige toelating
Onderdeel van Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2027