De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken op de gronden bedoeld in artikel 18, eerste lid, met uitzondering van onderdeel b, en wordt ingetrokken indien aan de houder daarvan ambtshalve een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3°, wordt verleend.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Vreemdelingenwet 2000· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 12 juni 2026