In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
pensioen: het pensioen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
werkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
werknemer: de werknemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
bedrijfstakpensioenfonds: het bedrijfstakpensioenfonds, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
deelnemer: de deelnemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
verplichtstelling: de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op grond van artikel 2, eerste lid;
nettopensioen: het nettopensioen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
aanspraakgerechtigde: de aanspraakgerechtigde, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
gewezen deelnemer: de gewezen deelnemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
pensioengerechtigde: de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.
§ 1
Artikel 1
Definities
Onderdeel van Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023