**1.** De trekker of de houder van een cheque is bevoegd deze te kruisen met de in het volgende artikel genoemde gevolgen.
**2.** De kruising geschiedt door het plaatsen van twee evenwijdige lijnen op de voorzijde van de cheque. Zij kan algemeen zijn of bijzonder.
**3.** De kruising is algemeen, indien zij tussen de twee lijnen geen enkele aanwijzing bevat, ofwel de vermelding: «bankier», of een soortgelijk woord; zij is bijzonder, indien de naam van een bankier voorkomt tussen de twee lijnen.
**4.** De algemene kruising mag worden veranderd in een bijzondere, maar de bijzondere kruising mag niet worden veranderd in een algemene.
**5.** De doorhaling van de kruising of van de naam van de aangewezen bankier wordt geacht niet te zijn geschied.
boek Eerste › titel Zesde › afdeling Vijfde
Artikel 274
Artikel 274
Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010