De schepeling wordt geacht in dienst te zijn aan boord van een schip van de daarvoor in de monsterrol aangewezen dag of, bij gebreke daarvan, van de dag, waarop de monsterrol is opgemaakt, tot en met de dag, waarop hij van zijn werkzaamheden aan boord wordt ontheven of bij deze neerlegt.
boek Tweede › titel Vierde › § 2
Artikel 505
Artikel 505
Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010