De zeewerkgever verbeurt voor iedere dag, dat hij een officier of een scheepsgezel, gedurende of bij het einde van de dienst aan boord van een schip, zonder wettige redenen, ophoudt in het verkrijgen van het in geld vastgestelde deel van zijn loon, ten behoeve van de officier drie gulden en ten behoeve van de scheepsgezel een gulden vijftig cent.
boek Tweede › titel Vierde › § 2
Artikel 548
Artikel 548
Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010