**1.** De persoon die de bijstand verleent, tracht een op vertrouwen gegronde persoonlijke band met de veroordeelde te leggen en die in het belang van de nakoming van de aan deze opgelegde voorwaarden en van diens reclassering, te benutten.
**2.** Bij het verlenen van de bijstand wordt zoveel mogelijk alles vermeden, wat de veroordeelde in zijn vrijheid zou kunnen beperken of maatschappelijk zou kunnen benadelen.
Hoofdstuk IV
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Reclasseringsbesluit 1953 BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010