Onze Minister ontvangt van het openbaar ministerie onverwijld kennis van:
elke vrijheidsbeneming van een voorwaardelijke in vrijheid gestelde gedurende de proeftijd en de daarop volgende drie maanden door het daartoe bevoegde gezag;
elke onherroepelijk geworden uitspraak, waarbij ten aanzien van een voorwaardelijk invrijheidgestelde bewezen wordt verklaard, dat hij tijdens zijn proeftijd een strafbaar feit heeft begaan;
elke andere omstandigheid betreffende de voorwaardelijk invrijheidgestelde, die van belang kan zijn voor het uit te oefenen toezicht en eventuele schorsing of herroeping der voorwaardelijke invrijheidstelling.
Hoofdstuk V
Artikel 38
Artikel 38
Onderdeel van Reclasseringsbesluit 1953 BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010